Een Nederlandse nee tegen het associatie verdrag, een Britse nee tegen Europa en een Waalse nee tegen CETA. De media spreken al over het "Europees experiment", wat impliceert dat het nooit meer dan een probeersel was. Een hobbyproject van Frankrijk en Duitsland, omdat overleg en handel een aanlokkelijk alternatief leek na vijf jaar van dood en verderf. Anno 2016 worden referenda en parlementen gekaapt door een bedenkelijk populistisch gedachtegoed en wordt de Unie van Europa zichtbaar schade aangedaan.

Laatste wapenfeit is de tegenstem van het Waals parlement tegen CETA. De Europese gedachte van "In Varietate Concordia" (in verscheidenheid verenigd) lijkt ingeruild te worden voor "eigen volk eerst". De Walen kunnen hierbij rekenen op de sympathie van een deel van het volk, maar hieruit spreekt slechts het onderbuikgevoel van burgers en geen objectief inzicht in de situatie. De welgemeende aanmoediging, biedt op zijn beurt rechtvaardiging voor de ingenomen standpunten en doet de hakken van het Waals parlement steeds verder wegzakken in het zand.

Wat winnen we met CETA (of TTIP), wat brengt de samenwerking met Oekraïne en wat brengt een Brexit de Britse economie? Het antwoord is simpel en meerdere keren aangetoond bij onderzoek naar protectionisme. Grenzen, wetgeving en andere barrières vernietigen waarde. Het werkt inefficiëntie in de hand. Er worden geen nieuwe banen gecreëerd, er is hooguit extra concurrentie op de arbeidsmarkt. Het gebrek aan dialoog tussen naties heeft tevens invloed op de uitgaven van overheden. Immers, spanningen tussen landen of regio’s zorgen voor extra uitgaven aan defensie en grensbewaking, waar deze middelen ook ingezet hadden kunnen worden in het duurzaam verbeteren van de economie.

Mogen er geen kritische kanttekeningen geplaatst worden bij het Europees beleid? Natuurlijk wel, beleid is nooit vrij van discussie. De kosten voor de driewekelijkse verhuizing tussen Brussel en Straatsburg, doen menig wenkbrauw fronzen. Dichter bij huis, in onze sector, is de subsidiëring van onrendabele landbouw via het gemeenschappelijk landbouwbeleid een doorn in het oog. Dit beleid in combinatie met verschil van inzicht tussen lidstaten over toepassing van wet- en regelgeving doet menig Nederlandse boer en tuinder tanden knarsen.

Helaas is de oplossing niet: minder Europa, maar juist een verdere afstemming van wet- en regelgeving en bovenal handhaving van dit beleid in alle lidstaten. Dat dit onverhoopt resulteert in het verdwijnen van een bepaalde industrie, mag geen aanleiding zijn om deze met subsidie op de been te houden. Het proces is mogelijk al onomkeerbaar en wordt slechts door een handelsverdrag versneld. Het is overigens ook niet nodig, aangezien er de bereidheid is om regio’s te ondersteunen, mochten zij hulp nodig hebben bij deze transitie. Het Juncker fonds is goed gevuld en biedt meer dan een handreiking aan landen om hervorming in te zetten.

Samen één Europa, daar heeft iedere burger baat bij en behoeft in principe geen politieke overredingskracht. Het vertrouwen in het collectief moet wel worden herwonnen. Niet door meer bureaucratie en zeker niet door individueel als ‘Don Quichot’ te vechten tegen zaken die niet tegen te houden zijn. Europa bewijst zichzelf een dienst als het collectief samenwerkt bij het realiseren van groeidoelstellingen. Groei zorgt immers voor het verbeteren van het perspectief van alle Europeanen. Dit hernieuwt het vertrouwen in dit 65 jaar oude experiment voorgoed!

Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Blijf op de hoogte

Meer bQuotes