Van wie is de data die we invoeren in onze klimaatcomputer of in een online vergelijkingsplatform?

Het lezen van Orwell’s boek 1984 was voor mij aanleiding om ons digitale tijdperk kritisch tegen het licht te houden. We leveren immers dagelijks, vaak onbewust, een deel van onze (keuze)vrijheid in, doordat snippertjes aan data via onze mobiele telefoon, ons surfgedrag en door abonnementen weglekken naar het bedrijfsleven.

Voor een particulier is de mate waarin er inbreuk op je privacy plaats vind belangrijker, dan het verkrijgen van de financiële waarde die deze data oplevert. In het bedrijfsleven echter, zou die vraag weldegelijk onderdeel moeten zijn van de bedrijfsstrategie. Bedrijfsspionage is immers van alle tijden, maar als gevolg van digitalisering, nog nooit zo geraffineerd als nu.

Stel je bent een collectief van telers en je gebruikt een platform voor het vergelijken van klimaatinstellingen en groeidata of je hebt als teler een klimaatcomputer met een open verbinding met het internet voor service op afstand. Wie garandeert je dan, dat je teeltdata niet ‘per ongeluk’ bij de concurrent terecht komt? Door hack of lek kan dit gewoon gebeuren. We zouden niet de eerste sector zijn, die door een stelletje pubers uit Timboektoe, wordt lam gelegd.

De overtreffende trap is echter, dat de leverancier van dit platform of de klimaatcomputer bewust deze teeltdata gebruikt, hier een zelflerend systeem mee voedt, die op zijn beurt teeltadvies op afstand kan geven aan iedereen die hiervoor wil betalen. De grootste leek zou hiermee een acceptabele tuinder kunnen worden, zonder dat hij zelf enig leergeld heeft betaald. Dit klinkt misschien futuristisch, maar het is momenteel wel datgene waar de R&D budgetten van zowel Hoogendoorn als Priva aan op gaan.

Dat concurrentie een positief effect heeft op een sector, bewijst de Universiteit van Leuven. Zij toonde onlangs aan dat de grootste ondernemingen ter wereld, veelal monopolist in hun markt, geen druk ervaren om te innoveren. Immers voor wie maken ze deze kosten, ze worden toch niet uitgedaagd op hun verdienmodel. Dit gedrag wordt uiteindelijk abrupt onderbroken, wanneer een start-up met een innovatie de markt forceert en de gevestigde orde kansloos laat. Was er gedurende de levenscyclus wel sprake geweest van concurrentie, dan was dit moment naar alle waarschijnlijkheid voorkomen, aangezien er dan meer druk op het bedrijf zou hebben gestaan om continu te verbeteren.

Keerzijde in deze is dat de terugverdientijd van een innovatie wel voldoende groot moet zijn, om überhaupt te investeren in vernieuwing. Lekt deze kennis voortijdig uit en gaan concurrenten er ‘gratis’ mee aan de haal, dan zal dit uiteindelijk innovatie afremmen.

Wanneer we dit vertalen naar onze groentesector, betekent dit dus dat we Spanje en Marokko wel degelijk nodig hebben om de vooruitstrevendste sector te blijven die we nu zijn. Daarentegen moeten we onze teeltkennis voldoende afschermen, om gemaakte kosten voor speur- en ontwikkeling daadwerkelijk terug te verdienen. Hebben we niet voldoende oog voor de beveiliging van het netwerk of voor het eigenaarschap van de gegenereerde data, dan komt de terugverdientijd in gevaar. Laten we dan ook niet Volkswagen kopiëren, maar de Tesla blijven die we nu zijn!

Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Blijf op de hoogte

Meer bQuotes